Ook wel bekend onder de naam countertrade of ruilhandel is in de feite de oudste vorm van directe ruil die we kennen. Het overgrote deel van verrekenen van economisch handelen verloopt indirect via geld (of natuurlijk giraal). Bartering kenmerkt zich door drie zaken
- er is sprake van het ruilen van producten voor producten
- er is sprake van een min-of-meer structurele en goed gedocumenteerde overeenkomst. Korting geven is geen barter.
- er is sprake van een verrekening van de voordelen van beide partijen in de deal.
Er is in de business-to-business markt regelmatig sprake van barter deals. Deze kunnen ook belastingtechnisch interessant zijn. In het kader van merchandising biedt dit zeker mogelijkheden. Er zijn natuurlijk allerlei initiatieven en weer een soort tussenpersonen in de markt die het barteren vereenvoudigen voor partijen. Het woord ruilhandel wordt daarbij vaak vermeden omdat het vaak ook niet zomaar om een (eenvoudige) ruil gaat maar om complete deals. Het gaat meestal om wederdiensten dus dat kan van alles zijn. Er zijn ook al weer hele systemen waarbij je vouchers krijgt en die t.z.t. kunt inwisslen tegen de prestatiesvan een ander. In feite stap je dan al weer af van de direct ruil en neemt de voucher de rol van het geld over.
Belastingaspecten
Bij bartering is het belangrijk (en verplicht) dat beide partijen een factuur uitreiken voor de waarde van de producten/prestaties. Als dit gedaan wordt is aftrek van voorbelasting mogelijk. Soms is het juist handiger dit hele traject er niet bij te betrekken. De Belastingdienst gebruikt de term bartering ook als er bijvoorbeeld in natura wordt gesponsord bijvoorbeeld bij sport. De sportvereniging ruilt zorgt voor reclameruimte en naamsbekendheid (dragen van kleding volgens contract) en de ander partij (kan de sponsor zijn) zorgt voor de kleding.
bron Retailwiki







