TradeXchange in Ode Magazine.  

Volgens de Belgische econoom Bernard Lietaer heeft de nieuwe crisis de noodzaak van nieuwe munten alleen maar versterkt. Hij is wereldwijd de specialist op het gebied van alternatieve betaalsystemen en schreef er meerdere boeken over. 'Tussen 1970 en 2010 waren er wereldwijd 421 financiele crises', zegt hij. 'Tijdens iedere crisis nam het aantal munten en ruilhandel toe. In de jaren zeventig bijvoorbeeld, maar ook na de Tweede Wereldoorlog, toen men betaalde met sigaretten.' Zo stimuleert de crisis handel in alternatieve munten. 'Wij merken dat de crisis ondernemers voorzichtig maakt', zegt directeur Therecia Venema van TradeXchange, een ruilhandelsysteem voor Nederlandse bedrijven. In crisisjaar 2008 lag de handel er even stil, maar daarna ontstond een flink stijgende lijn in de transacties onder de 400 deelnemers: van 4000 in 2009 naar bijna 4600 in 2010 en meer dan 5000 vorig jaar. Stel dat iemand een veiligheidssysteem in een ander gordijnenzaak installeert, dan krijgt diegene daar trade-euro's voor. De gordijnenzaak staat datzelfde bedrag debet, maar verdient weer krediet door gordijnen op te hangen voor een administratiekantoor. Zo wordt onderling in trade-euro's gehandeld. 

De alternatieve munteenheden bestaan gewoon naast de huidige euro, dollar of pond en zijn meestal een op een in te wisselen bij deelnemende bedrijven. Er zijn naast verdwijngeld nog andere soorten, zoals de ruilhandel van TradeXchange, ook wel barter genoemd. Waarschijnlijk heeft iedereen wel eens met alternatief geld betaald, want ook spaarprogramma's als airmiles zijn alternatieve betaalsystemen. Evenals virtueel goud in het onlinecomputerspel World of Warcraft. Het grote voordeel van complementaire munten is dat ze het financiele systeem flexibeler maken, stelt Lietaer. De economie van geldcirculatie is volgens hem 'een uitermate complex netwerk', dat met slechts een enkele muntsoort altijd instabiel zal zijn. 'Het is net als met een ecosysteem', verduidelijkt Lietaer.

Word ook bankdirecteur
In zes stappen naar een lokale munt.
1. Benader deelnemers. Het heeft pas zin om geld te drukken als mensen het ergens kunnen uitgeven. Meer dan vijftig winkels die streekproducten verkopen, is een goed startpunt.
2. Beslis of je verdwijngeld wilt of niet. Als geld waarde verliest na een bepaalde tijd, wordt het sneller uitgegeven. Maar het kan potentiële gebruikers ook achterdochtig maken.
3. Bepaal hoe veel geld je wilt verspreiden. Begin niet met te veel, het heeft geen zin als winkeliers duizenden biljetten in kas hebben die niet worden gebruikt.
4. Zoek een betrouwbare drukkerij en denk om veiligheidskenmerken, zoals watermerken.
5. Houdt een administratie van de transacties bij en deel de informatie met deelnemers. En meld je aan bij de Belastingdienst. Over de transacties dien je belasting te betalen.
6. De laatste, allerlastigste en ook meest cruciale stap: win vertrouwen. Zonder vertrouwen is geld niets waard en wordt het niet gebruikt.

Dit artikel is ingekort, lees hier het gehele artikel online in Ode magazine.

Robert Visscher | juli/augustus 2012 issue. Ode MAGAZINE


Advocatenkantoor Froon helmonds